De aanzegplicht in de praktijk

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid is een werkgever gehouden om - een maand voor het eindigen van een dienstverband van de werknemer – schriftelijk aan te geven of de arbeidsovereenkomst wordt verlengd en onder welke voorwaarden dit gebeurt. De praktische uitvoering van de aanzegplicht blijkt niet vlekkeloos. Over enkele geschillen heeft de kantonrechter uitspraak gedaan, die wij voor u hebben uiteengezet.

 

Aanzegplicht

Wanneer een werkgever niet aan zijn aanzegplicht voldoet, dus niet tijdig aankondigt of een contract wel of niet wordt verlengd en onder welke voorwaarden dit gebeurt, dan kan de werknemer aanspraak maken op een (boete)bedrag van maximaal één maandsalaris.

Het is mogelijk om de aanzegverplichting in de arbeidsovereenkomst op te nemen, zodat hiermee aan de aanzegverplichting wordt voldaan indien de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Wanneer een arbeidsovereenkomst dan niet wordt verlengd, is een aanzegging niet meer nodig. De situatie ligt echter anders wanneer het contract wél wordt verlengd en de werknemer een ‘aanzegboete’ vordert.

In de onderstaande uitspraken heeft een werknemer een bedrag bij een werkgever gevorderd, omdat de werknemer van mening is dat de werkgever niet aan zijn aanzegplicht heeft voldaan. Wat is de situatie en hoe oordeelt de Kantonrechter?

Aanzegtermijn opgenomen in arbeidsovereenkomst, maar toch vergoeding verschuldigd
De Kantonrechter Roermond heeft hierover uitspraak gedaan op 23 oktober 2017. In deze zaak heeft een werknemer een lopend contract tot 1 juni 2017. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat het contract zou eindigen en de werkgever hiermee aan zijn aanzegplicht heeft voldaan. Op 10 mei 2017 is de werknemer mondeling geïnformeerd dat zijn contract wordt verlengd. Op 24 mei 2017 heeft de werknemer getekend voor een contract voor onbepaalde tijd. Kort daarna heeft de werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 augustus 2017. Daarbij vraagt de werknemer om een aanzegvergoeding, omdat de werkgever niet tijdig aan zijn aanzegverplichting zou hebben voldaan.

De kantonrechter heeft de vergoeding in deze zaak toegewezen. Door de ondertekening van het contract voor bepaalde tijd heeft de werknemer namelijk aanvaard dat de arbeidsovereenkomst op 31 mei 2017 zou eindigen. Dit is volgens de rechter een herroepbaar aanbod. De werkgever kan dit aanbod dus herroepen. Wanneer dit korter dan één maand wordt herroepen, dan is de werkgever alsnog een aanzegboete (naar rato) verschuldigd.

Voor een werkgever is het dus aan te raden dat, ook wanneer in een arbeidsovereenkomst is bepaald dat een contract op een bepaalde datum eindigt en daarmee wordt voldaan aan de aanzegplicht, op tijd schriftelijk wordt aangezegd wanneer een contract toch zal worden verlengd.

Aanzegverplichting niet nakomen, toch geen aanzegvergoeding
In een uitspraak van de Kantonrechter Noord-Holland is vast komen te staan dat een werkgever tijdig mondeling heeft medegedeeld aan de werknemer dat zijn contract niet wordt verlengd. Vervolgens hebben de directeur en de werknemer - voor het verstrijken van de aanzegtermijn - via WhatsApp contact gehad met betrekking tot de afwikkeling van het dienstverband.

Strikt gezien is niet aan de aanzegplicht voldaan, maar de Kantonrechter oordeelde dat aan de inhoud van de WhatsApp berichten duidelijk valt af te leiden dat de werknemer er ook vanuit ging dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen. Ook zou uit een mail blijken dat de werknemer tijdig de mogelijkheid had om maatregelen te treffen om het verlies aan inkomsten op te vangen.
De Kantonrechter was van oordeel dat, gelet op deze omstandigheden, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de werkneemster aanspraak maakt op de aanzegvergoeding. De Kantonrechter heeft de vordering van de werknemer dan ook afgewezen.

Hoewel deze uitspraak een positieve uitkomst voor de werkgever heeft, is deze is gebaseerd op de omstandigheden van het geval. Dit betekent dus niet dat een schriftelijke aanzegging achterwege kan blijven.

Conclusie

Uit bovenstaande uitspraken blijkt dat de uitvoering van de aanzegplicht tot geschillen kan leiden. Wanneer u besluit een contract wel of niet te verlengen, doe dit dan schriftelijk en minimaal één maand voor de datum van einde dienstverband. Geef bij contractverlenging ook aan onder welke voorwaarden de overeenkomst wordt voortgezet. Zo voorkomt u geschillen en mogelijk gerechtelijke procedures.

  

Wilt u graag meer informatie, advies op maat of juridische bijstand? Of heeft u interesse in een lidmaatschap van BW7? Neem dan contact op met de helpdesk van BW7. Wij helpen u graag.

 

 

%MCEPASTEBIN%
Deel dit artikel

Voor € 20,- per maand verzekerd zijn van arbeidsjuridisch advies?

Meer informatie

 

Onze adviseurs

Eveline Verhagen

T: 0800-2974357
E: info@bw7.nl